Winter

Dit weekend mijn eigen Avercamp gemaakt. Geen vrijende stelletjes of mannen op de lat, maar wel écht ijs met kinderen, stoelen en sleetjes.
|
11.01.09
Winter![]() Dit weekend mijn eigen Avercamp gemaakt. Geen vrijende stelletjes of mannen op de lat, maar wel écht ijs met kinderen, stoelen en sleetjes. 11.01.09
Gendergelijke voorschool in Zweden![]() Toen ik hoorde van de manier waarop een Zweedse voorschool emancipatie probeert te bevorderen was ik eerst even verbaasd. Om jongens en meiden nu (en later in de maatschappij) gelijke kansen te geven, spelen en eten ze een paar keer per week apart van elkaar. Ik had bij gescheiden jongens en meisjesgroepen een associatie met iets heel ouderwets. Het tegendeel blijkt waar. Het idee is heel eenvoudig: als de kleuters samen eten gaan de meisjes, hoe jong ook nog, de jongens verzorgen. De jongens leren nooit met meer te communiceren dan een ‘uhhu’ omdat de meisjes dan al begrepen hebben dat ze de melk even moeten aangeven. Het zit gewoon in de vrouwelijke natuur, dat verzorgende. Maar ook de leidsters (vaak vrouwen) moedigen bepaald gedrag aan bij het spelen. Een meisje op het klimrek wordt bezorgd toegeroepen: ‘doe je voorzichtig!’ terwijl jongens wel een stootje kunnen hebben. Door ze regelmatig apart te laten spelen en eten, vallen ze zelf niet in het voor de hand liggende gedrag en krijgen ze ruimschoots de kans om ander gedrag te oefenen. Heel logisch eigenlijk. 09.09.08
Oplossing voor het passeerprobleem![]() Ok, bij deze een vervolg op mijn gedachten over de passeerafspraak tijdens het hardlopen (kort samengevat had ik twee vragen: wat zijn nu precies de regels voor het passeren tijdens het hardlopen en hoe voorkom ik een aanslag op mijn vrolijke gemoed). Ik vroeg mijn antropoloogvriendin om raad en samen formuleerden we een hypothese: De minst ervaren loper (af te lezen aan concentratie, kleding, zweet) wijkt. Ze adviseerde me een logboek bij te houden. Terugkijkend op mijn eigen observaties en ervaringen zou ik meer kunnen zeggen over de juistheid van onze hypothese. Een beter advies kon ik niet krijgen. Als ik ergens van houd zijn het wel fijne pennen en mooie opschrijfboekjes. Het combineren van die twee onder het zeer nuttig en bijna wetenschappelijk klinkende mom van ‘veldnotities’ of ‘logboek’, maakt me gelukkig. Ik begon dus direct. Eén van de eerste situaties in mijn logboek klinkt zo: “Supersporty dame komt mij tegemoet. Geconcentreerd, zwetend en mooi de pas erin“. Bij actie en resultaat schreef ik: “Ik zie haar naderen en ga op zij zonder nadenken. Zij blijft zich concentreren op het lopen. Bij het passeren krijg ik een knikje“. In de kolom waar ruimte was voor mijn gevoel over de situatie, staat: “Cool. I’m one of them!“. Bij het teruglezen van mijn ervaringen in het logboek durf ik de eerdergenoemde hypothese aan te houden. Ik vertaalde de hypothese in een vuistregel (Ga na wie het minst ervaren is, en als jij dat bent wijk uit, of, als de ander dat is, wacht dan tot die uitwijkt voor jou) en bracht hem in praktijk. Dit kostte vaak veel energie. Denk bijvoorbeeld aan de inspanning die het kost om al hobbelend een analyse te maken van iemands kleding en hoeveelheid zweet en tegelijkertijd in te schatten wat de betekenis hiervan is voor de mate van ervarenheid van deze renner. Of aan de gedachtes die je hebt over de ander die echt opzij moet gaan omdat je elkaar wel erg dicht begint te naderen en de verongelijkte gevoelens als de ander dat niet doet. Nog los hiervan nam ik twee soorten situaties waar: * De meest ervaren loper is ook echt ervaren. Het passeren verloopt dan prettig. Deze lopers vinden het gewoon prettig als je opzij gaat, ze zullen niet op je neerkijken omdát je opzij gaat en zoeken meestal nog even oogcontact of geven -soms haast niet merkbaar- een knikje. * De meest ervaren loper is niet erg ervaren, niet gevoelig of onbeleefd. In dat geval wordt het lastiger en is er meer kans op onrust bij het passeren. Deze groep gaat er namelijk wel voetstoots vanuit dat je opzij gaat maar maakt bij het passeren geen oogcontact. Ik geloof overigens niet dat het hier gaat om twee op basis van feiten of uiterlijke kenmerken te onderscheiden groepen. Het is maar net hoe je ernaar kijkt. Dus hoewel de getoetste hypothese bevestigd wordt, blijkt het als vuistregel niet zo praktisch. Mijn nieuwe vuistregel is een stuk eenduidiger, geeft minder kans op botsingen en voorkomt gekrenkte gevoelens. Hij luidt: 07.09.08
MiertjesOnze tent stond in Zuid-Frankrijk precies naast een route van mieren. Mieren zijn perfect studiemateriaal voor in een luie vakantie. Zij liepen de hele dag allerlei takjes en broodkruimels te versjouwen. Ik heb ze rustig kunnen bekijken. Hieronder wat van mijn bevindingen.
Ik heb een filmpje van de werkende mieren gemaakt. Ik kan er heel vaak naar kijken, het is zo mooi om te zien hoe ze te werk gaan. Nog enkele vragen die ik had en antwoorden die ik vond:
Zie ook: http://nl.wikipedia.org/wiki/Mier en http://www.formicidae.be/ 21.08.08
Handleiding stripjes lezen![]() We zijn op vakantie en mijn reismaatje leest een boek met stripjes. Af en toe hoor ik gegniffel. Soms roept hij mij (‘Suus, deze’) en dan reikt hij mij het stripboek aan en wijst naar wat hij vindt dat ik moet lezen. Ik bekijk dan heel rustig en plaatje voor plaatje het korte beeldverhaal. Als ik begin met lezen word ik al snel een beetje onrustig (‘ik hoop maar dat ik em snap’). De onrust neemt pas af als ik aanvoel dat ik straks zal moeten lachen om het grapje.Ik lees uit mezelf nooit boeken met korte stripverhaaltjes. Dat komt onder andere omdat ik niet goed weet hoe ik ze lezen moet: Begin je bij stripje nummer 1, dan nummer 2 en zo verder naar het eind van het boek? En hoe werkt het binnen het stripje? Van plaatje 1 naar plaatje 2 enzovoort tot het eind? Als je hebt moeten lachen om een stripje, hoe lang wacht je dan voor je doorgaat met het volgende stripje?En niet te vergeten: hoeveel stripjes kun je achter elkaar lezen? Ik begin bij stripjes meestal vooraan in het boek, lees daarna iets middenin en word dan zenuwachtig, want hoe weet ik nou straks hoeveel ik er nog moet. Bij het lezen van een stripje bekijk ik eerst plaatje één, dan spring ik naar het laatste plaatje en daarna lees ik heen en weer door het stripje. Dit doe ik volgens mij uit ongeduld over de afloop, maar het heeft ook te maken met de onrust over het te gaan snappen grapje. Door de zenuwen en het ongeduld houd ik het nooit lang uit met zo’n boek. Op vakantie (echt van die weken waarop gedachten kriskras binnenkomen, soms zit er iets nuttigs tussen) maakte ik de vergelijking tussen het lezen van een boek met stripjes en het lezen van een boek met gedichten. De vergelijking blijkt zo gek nog niet. Allebei de boeken bevatten kleine kunstwerkjes die op zichzelf staan maar zeker niet bij toeval bij elkaar in een boek zijn gekomen. Ook in mijn manier van lezen zie ik overeenkomsten. Bij een gedichtenbundel begin ik ook bij het eerste gedicht en spring daarna al naar believen het boek door. Als ik een gedicht lees, begin ik bovenaan, dan ga ik naar het einde en dan lees ik heen-en-weer het verhaaltje door. Aan het eind lees ik het soms nog eens helemaal van eerste tot laatste regel. Alleen: bij gedichten heb ik niet die onrust en dat zenuwachtige dat ik heb bij strips. Ik kan me gewoon overgeven aan het boek en de gedichten, maak me niet druk over ‘wat de schrijver er mee bedoeld zou hebben’ en heb altijd bladwijzertjes bij de hand om mooie stukjes later weer te kunnen vinden. Misschien gaat die gedachte wel helpen de volgende keer dat ik een stripbundel lees: denk Gedichtenbundel, niet Leesboek! NB Hierbij een leuk stripje uit Achterwerk (van de VPRO-gids) en een gedichtje uit dezelfde rubriek. Meer » 19.08.08
De literaire thriller![]() De literaire thriller is een genre. Deze zomer ben ik erachter gekomen dat ik niet zo van dat genre houd. En niet alleen dat, ik snap nu ook waarom. Op vakantie las ik twee boeken. Het ene aangeduid als literaire thriller (‘Een web van leugens’ van Bernard Schlink) en het andere aangeduid als roman (‘Perlmann’s zwijgen’ van Pascal Mercier). Het verschil tussen de twee zit hem volgens mij in de prikkel (incentive) die je doet lezen. De literaire thriller lees je om te snappen hoe het zit, je wilt de plot pakken en liefst zo snel mogelijk. De zinnen in het boek ondersteunen dit. Het is de bedoeling dat je ze snel leest en daar lenen ze zich voor. Het gaat om de inhoud van het spannende verhaal. Bij de roman is het haast andersom. De achterflap vertelt soms het hele verhaal al. Het boek nodigt je uit even in dat verhaal te komen wonen. Er staan zinnen in die je soms kunt proeven (is Rushdi een meester in!) maar die helemaal niet noodzakelijk zijn voor het verhaal. Het verhaal snap je zo ook wel. De lol zit hem in het lezen van de zinnen zelf en het voelen van de sfeer. De manier waarop Mercier de gemoedstoestand van de hoofdpersoon beschrijft (een neurotische wetenschapper die zich helemaal laat leiden door angst en besluit de bijdrage van een collega als de zijne te presenteren) is ronduit akelig en prachtig om te ervaren. Dan hoeft er niet eens zoveel meer te gebeuren. 22.07.08
Mannen achter kinderwagens
![]() ‘Goh, is jou dat nou ook opgevallen, ’ vraagt antropoloogvriendin in Kopenhagen, ‘dat hier zoveel mannen met kinderwagens lopen?’. Het was zondagmiddag en inderdaad, er liepen veel vaders achter kinderwagens. Het was een leuk gezicht, en blijkbaar anders dan we het in Nederland gewend waren. Op maandag begon de conferentie die we bezochten. Tussen de sessies door dronken we buiten koffie. Opnieuw kwamen vaders met babies langs. We begonnen te tellen: hoeveel zijn het er nu precies. En te vergelijken: hoeveel vaders op hoeveel moeders zijn er dan. Op dinsdag hielden we het niet meer en we spraken twee jongemannen, elk achter een wagen met een baby erin, aan en legden onze observatie voor. ‘Goh’ zei de één, ‘wist je dat niet, in Kopenhagen baren de mannen de kinderen’. De ander vertelde dat in Kopenhagen een nieuwe wet was aangenomen waarin geregeld is dat vaders een stuk langer verlof kunnen nemen bij de geboorte van hun kind. Het maakte wel indruk op ons: dat zo’n wet meteen zorgt voor zo’n ander straatbeeld. Een maand geleden kopte het Financieel Dagblad (za 14 jun ‘08): ‘Nut kraamverlof vaders betwist’. Werkgeversverenigingen vinden het voorstel van Groen Links om vaders het recht te geven op twee weken betaald kraamverlof overbodig en duur. Ze twijfelen ook aan het doel ervan. Mij lijkt het helemaal niet overbodig. Juist in de tijd vlak na de geboorte worden de taken in huis en rond de zorg opnieuw verdeeld. Als de vaders er dan bij zijn, valt er ook echt iets te verdelen. En dan het straatbeeld nog. Die twee mannen in Kopenhagen gingen lekker zwemmen met hun zoons, op dinsdagmorgen. Het zag er gewoon heel gezellig uit. 02.06.08
Talent
![]() Afgelopen zondag zag ik op tv een jongen, ik denk ongeveer 14 jaar oud. Hij geeft drumlessen aan andere jongeren en begeleidt een brassband met drummers, blazers en danseressen. Prachtig om te zien en te horen! De presentator wil van hem weten of hij ook wel eens talenten in zijn groep had zitten. “Ja, zeker” antwoordt hij. De presentator wil ook weten wat dat dan is, een talent. “Dat is iemand die dingen snel oppikt en toch nog meer wil leren” zei hij. Ik vind dat een rake definitie van talent. Dat zit hem volgens mij in de combinatie van de twee elementen:
Zoiets als: het gaat je goed af. Volgens mij heeft dat onmiskenbaar met affiniteit te maken. Als je ergens voor warmloopt pik je het een stuk sneller op dan als het je totaal niet interesseert. Een collega vertelde me dat hij lesgaf op een technische school. Die jongens moesten boekensteunen maken. Dat ging ze buitengewoon slecht af. Op een dag trof hij ze buiten aan, sleutelend aan brommers. Daar hadden ze plezier in en ze waren tot technisch vernuftige reparaties in staat. Hij heeft daarop besloten de boekensteunen niet meer op te nemen in zijn lessen. Hij liet ze dingen maken waar ze wel iets mee hadden. Ook al waren dat technisch veel ingewikkeldere dingen, het ging ze een stuk beter af.
Een talent is niet iets dat je hebt en houdt. Ook al pik je dingen snel op, als je geen interesse hebt er meer van te leren of er verder in te komen, zal je talent snel verbleken. Dit sluit aan bij wat Carol Dweck de ‘groeimindset’ noemt. Intelligentie en talent is vanuit dat perspectief geen vaststaand gegeven waar je het mee hebt te doen. Het is iets dat je kunt verbeteren en vergroten door te oefenen, door fouten te maken, door ‘praktijkuren’ te maken. De notie dat intelligentie geen vaststaand gegeven is en de gedachte dat je vooral goed kunt worden in die dingen waar je affiniteit mee hebt, biedt volgens mij heel veel interessante aanknopingspunten voor het vormgeven van leertrajecten in en buiten school. 01.05.08
Passeerafspraken
Mensen maken onderling een ‘passeerafspraak’ op het moment dat ze elkaar naderen. Het blijkt per cultuur te verschillen hoe lang van te voren de ‘passeerafspraak’ gemaakt wordt. Het gebeurt door oogcontact. Wij in Nederland zijn gewend dat ver vantevoren te doen. Je ziet iemand op je afkomen, je kijkt elkaar aan en hop, je hebt de afspraak gemaakt, ieder kiest een kant en het passeren verloopt uiterst soepel. In Kopenhagen, waar ik met de antropoloogvriendin was, liet ze me zien hoe de passeerafspraak daar heel anders tot stand komt. Je loopt op de Nørrebrogade en ziet in de verte iemand op je af komen lopen, je blijft op elkaar aflopen tot je heel dicht bij elkaar bent en een botsing onafwendbaar lijkt. Dán vindt kort oogcontact plaats en wijk je beide uit naar een kant. Pas met deze kennis kon ik ook in Kopenhagen het bijnabotsen laten stoppen. Het voelde meteen alsof ik deel uitmaakte van een bijzondere club mensen die weet hoe dingen werken in Kopenhagen. Links
Meer weblogs: onderzoeksblogs, duoblogs, lichte blogs etcccc… Onderzoeksblogs Duoblogs Lichte blogs Metatips Zoeken naar interessante dingen op andermans weblog kan overigens via technorati. Heel handig. Je blogs in één overzicht bijhouden kan weer via bloglines, een onmisbare tool. . Links naar uiteenlopende werkvormen en tools. Leuke nieuwe en oude vormen om leren en reflectie te bevorderen… Reflectietools: Het lectoraat Reflectie op het handelen van de Hogeschool van Amsterdam heeft allerlei bestaande en nieuwe vormen van reflectie doorontwikkeld tot bruikbare werkvormen. Deze site geeft een prachtig overzicht. Wereldcafé: Het wereldcafé is een manier om met een grote groep toch actief aan het werk te gaan en na afloop te kunnen oogsten. Het gaat om het creeren van een café met ronde tafeltjes met witte kleden waarop de groepen kunnen schrijven en tekenen. Je wisselt steeds van tafel en/of van groep. Vooral nuttig als het samenzijn ten doel heeft een en ander te verkennen. Niet zozeer voor diepe verwerking. Een hele website over één werkvorm, super! Mindmapping: Onder deze link vind je veel info over de bekende techniek mindmapping. In een aantal stappen wordt het kernidee uitgelegd. Uiteenlopende methodes voor ‘werken aan kennis’: In deze publicatie die te downloaden is, vind je een varieteit aan werkvormen. Elk van de werkvormen uitgebreid toegelicht en met brondverwijzingen als je er meer over wilt lezen. Voorbeelden van methoden die uitgelicht worden: coaching, job-aid, interviewen, reflectie op 7 leerfuncties, kenniskaart, hardop werken, critical incident techniek. Naast de uitgebreide toelichting worden de methoden in twee overzichten op een rij gezet. Future search: Het is een interventie om te doen met een grote groep (80 tot honderden) om van ideeen en beelden tot actie over te gaan. De site is van een ‘network on future search’. Zij gebruiken future search in de wereld van ontwikkelingssamenwerking om mensen uit alle hoeken te helpen bij het ontwikkelen van gezamenlijke beelden. Bijvoorbeeld degene met de kennis, degene met de hulpbronnen, degene die formeel de macht heeft, degene die het meest behoefte heeft aan verandering. De methode werkt door verhalen te delen over het verleden, het heden en de toekomst die je voor ogen hebt. De gedachte is dat je pas tot concrete plannen kunt komen als je eerst deze beelden deelt. Change management toolbook: Deze site bevat keur aan tools met mooie uitleg erbij voor leren en veranderen. Ze zijn opgedeeld naar ’self’, ‘team’ en ‘larger system’. Storytelling: Op het digitale storycenter is onder andere het digital storytelling cookbook te vinden. Weten wat nu echt intelligentie is? In het kookboek vond ik: Cultural anthropologist Gregory Bateson was asked in the 1950s if he believed that computer artificial intelligence was possible. He responded that he did not know, but that he believed when you would ask a computer a yes-or-no question and it responded with “that reminds me of a story?, you would be close. Oplossingsgericht werken: Het NOAM is een netwerk voor oplossingsgericht adviseren en managen. Zij geloven ook in een waarderende benadering: starten bij wat er werkt. Als je klikt op ‘cases’ vind je mooie inspirerende voorbeelden van wat deze aanpak teweeg kan brengen. HRD en Onderwijsinhoudelijke links Dit is de online encyclopedia of informal education. Erg veel netjes geordende informatie over concepten, grote denkers en belangrijke stromingen in de onderwijskunde. Via de APS site vind je diverse onderwijsconcepten, leertheorieën en pedagogische concepten waarmee het APS werkt. Goede informatie over bekende en minder bekende begrippen zoals adaptief onderwijs maar ook breinvriendelijk leren. Hier vind je ontzettend veel leertheorieen, met achtergronden, bedenkers, gurus en andere relevante weetjes. Altijd handig. Verzameling relevante links die helpen bij kwalitatief onderzoek. International institute for qualitative methodology: Onder ‘resources’ staan een boel interessante en relevante links voor kwalitatief onderzoek. Kwalitatieve data-analyse kan met behulp van het computerprogramma Atlas.ti. Een bruikbaar programma dat met hulp van de handleiding goed te begrijpen en direct te gebruiken is. Via de site is ook een demoversie te downloaden. Onbeperkt gebruiken maar met een beperkt aantal entries (chuncks). Action learning: Een site met veel verwijzingen: Action research resources. Zeer interessant onderzoek naar het gebruik van actie-onderzoek. Komt heel gedegen op mij over. Learning History: Uitleg en een mooi voorbeeld van toepassing van leergeschiedenis in de autoindustrie. Ook een plaatje hoe aantrekkelijk het eruit kan zien, zo’n verhaal in twee kolommen. Een field manual voor de Learning Historian geschreven door Art Kleiner, de goeroe. Uitdrukkingen in Nederlands en Engels |